Vaststellen minimale zorgplicht bij de verkoop van medicijnen door drogist

Het Instituut Verantwoord Medicijngebruik (IVM) en het Centraal Bureau voor de Drogisterijbedrijven (CBD) pleiten voor het vastleggen van de minimale zorg die een drogist in de praktijk moet leveren bij de verkoop van medicijnen. In een consensusdocument– opgesteld mede op inbreng van een brede groep experts – leggen ze hun pleidooi neer bij het Ministerie van VWS, de Inspectie voor Gezondheidszorg en Jeugd en het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen.

De in de wet omschreven zorgplicht is nu te vrijblijvend en is in het recente verleden de reden geweest dat ook supermarkten medicijnen die de UAD-status hebben (Uitsluitend Apotheek en Drogist) zomaar gingen verkopen. Naar het oordeel van het IVM en het CBD brengt dit gezondheidsrisico’s met zich mee. Een uitspraak van de Raad van State heeft voorlopig de verkoop van deze middelen via de supermarkten verboden.

Risico’s

Zelfzorggeneesmiddelen zijn veilig bij juist gebruik, maar verkeerd gebruik kan risico’s met zich meebrengen. In Nederland vinden er per jaar 41.000 geneesmiddel gerelateerde ziekenhuisopnames plaats, met geschatte kosten van ruim 85 miljoen euro. Een klein deel van de ziekenhuisopnamen als gevolg van geneesmiddelengebruik kan worden toegeschreven aan zelfzorggeneesmiddelen. Bovendien kan verkeerd gebruik van zelfzorggeneesmiddelen leiden tot ernstige gezondheidsschade en zelfs tot de dood. Maar ook ‘kleinere’ schades zijn van belang, zoals medicatieafhankelijke hoofdpijn, verslaving aan neussprays et cetera. Daarom is het moeten bieden van verantwoorde zorg rond de verkoop van zelfzorggeneesmiddelen door drogisten vastgelegd in artikel 62 lid 2 van de Geneesmiddelenwet.

Verantwoorde zorg

In het consensusdocument is een invulling gegeven aan artikel 62 van de Geneesmiddelenwet, dat in meer algemene termen spreekt over het leveren van verantwoorde zorg. De uitwerking is gemaakt op de gebieden ‘bevoegdheid’ (wie zijn bevoegd om zorg en voorlichting te geven), ‘aanwezigheid’ van bevoegden op de verkoopplek, ‘verantwoordelijkheid’ bij de terhandstelling, ‘actieve verificatie’ van de informatiebehoefte, ‘voorlichten’ over aard, doel, gevolgen en risico’s van geneesmiddelen, en ‘toezicht’ houden op de terhandstelling. Het biedt voor drogisten concrete handvatten hoe hiermee in de praktijk kan worden omgegaan. De consensus geldt niet alleen voor de fysieke verkoop van UAD-geneesmiddelen, maar ook voor de online verkoop van deze medicijnen.

Het IVM en het CBD vinden het belangrijk dat zelfzorggeneesmiddelen laagdrempelig en breed verkrijgbaar zijn, maar willen tevens dat de consument zich veel meer bewust is dat deze medicijnen op een juiste wijze gebruikt moeten worden.

IVM en CBD willen daarom met de bevoegde overheidsinstanties in gesprek om de minimale zorgplicht als gemeenschappelijk gedragen uitgangspunt te hanteren bij de verkoop van zelfzorgmiddelen.

  • Download het consensusdocument
  • Download het rapport ‘Op naar een gemeenschappelijke basis’, basis voor de expertmeeting